FAQ's overgangsrecht

  1. Wat regelt het overgangsrecht in de Invoeringswet?
  2. Waar staat het overgangsrecht?
  3. Hoe lang duurt het overgangsrecht?
  4. Is mijn milieuvergunning nog van kracht als de Omgevingswet in werking treedt?
  5. Wat gebeurt er als het bevoegd gezag door de nieuwe regels overgaat naar een ander bestuursorgaan? En wat betekent dat voor lopende procedures en (hoger) beroepszaken?

1. Wat regelt het overgangsrecht in de Invoeringswet?

Het overgangsrecht regelt de soepele overgang tussen bestaande en nieuwe wetten. Zo wordt bijvoorbeeld met het overgangsrecht voorkomen dat iemand die een vergunning heeft voor een bepaalde activiteit straks een nieuwe vergunning moet aanvragen. Ook wordt met het overgangsrecht het bestemmingsplan van de gemeente gelijk gesteld met het omgevingsplan. Daarmee heeft de gemeente op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt dus in formele zin een omgevingsplan. Gedurende de overgangstermijn kan de gemeente het omgevingsplan ‘in naam’ dan omvormen naar een volwaardig omgevingsplan. Dat is nodig want in het bestemmingsplan staan alleen ruimtelijke regels, maar in het omgevingsplan zullen uiteindelijk veel meer regels staan, denk daarbij bijvoorbeeld aan regels over milieu en erfgoed.

2. Waar staat het overgangsrecht?

Het overgangsrecht staat in hoofdstuk 11 van de Invoeringswet, in het Invoeringsbesluit en in de Invoeringsregeling. In de Invoeringswet staat het overgangsrecht voor de onderwerpen die bij wet geregeld zijn, zoals wettelijke instrumenten en besluiten als een omgevingsvisie of omgevingsvergunning. In het Invoeringsbesluit staat het overgangsrecht voor onderwerpen uit de AMvB’s, zoals overgangsrecht voor instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving en regels over activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving. In de Invoeringsregeling staan onderwerpen uit de Omgevingsregeling. Aan het Invoeringsbesluit en de Invoeringsregeling wordt nog gewerkt.

3. Hoe lang duurt het overgangsrecht?

Overgangsrecht is een kwestie van maatwerk. Per instrument is bekeken of er een overgangstermijn nodig is en wat een redelijke termijn is. Dat is afhankelijk van de aard van het instrument of besluit en het werk dat met het opstellen gemoeid is. Daarom is bijvoorbeeld de overgangstermijn voor de gemeentelijke omgevingsvisie korter dan die voor een omgevingsplan.

4. Is mijn milieuvergunning nog van kracht als de Omgevingswet in werking treedt?

Ja, de milieuvergunning wordt automatisch (‘van rechtswege’) onderdeel van het nieuwe stelsel. U hoeft geen nieuwe vergunning aan te vragen.

5. Wat gebeurt er als het bevoegd gezag door de nieuwe regels overgaat naar een ander bestuursorgaan? En wat betekent dat voor lopende procedures en (hoger) beroepszaken?

Lopende procedures worden volgens het oude recht afgewikkeld. Het oude recht omvat alle inhoudelijke en procedurele regels die golden vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Voor de lopende procedures blijft ook het bestaande bevoegd gezag, bevoegd. De praktijk wordt hierdoor dus niet met onnodige lasten geconfronteerd. Dat wordt de ‘eerbiedigende werking’ genoemd.  Voor behandeling van (hoger)beroepszaken geldt de zogenaamde ex tunc-regel. Dit betekent dat de rechter besluiten toetst op basis van de regelgeving zoals die gold op het moment dat het besluit genomen werd. Die regel sluit goed aan op het overgangsrecht voor lopende procedures.