FAQ's gebruiksruimte

  1. Wat is het verschil tussen een omgevingsplan en een bestemmingsplan?
  2. Wat wordt bedoeld met gebruiksruimte?
  3. Hoe verdeelt de gemeente de gebruiksruimte?
  4. Wat wordt bedoeld met gebiedsspecifieke sturing?
  5. Wat wordt bedoeld met kavelsgewijze sturing?
  6. Wat bedoelen we met cumulatie?
  7. Wat moet een gemeente straks met cumulatie?
  8. Hoe kan een gemeente omgaan met cumulatie?

1. Wat is het verschil tussen een omgevingsplan en een bestemmingsplan?

Het omgevingsplan is – in vergelijking met het bestemmingsplan - een plan met ‘verbrede reikwijdte’: naast ruimtelijke ordening regelt de gemeenten in het omgevingsplan ook zaken als de invloed van activiteiten op het milieu.
Het omgevingsplan is geschikt om de ontwikkelingsrichting van een gebied vast te leggen, en daarbij randvoorwaarden op te nemen voor toekomstige activiteiten.  Het omgevingsplan wordt zo aan de ene kant flexibel en waarborgt tegelijkertijd de kwaliteit van de leefomgeving.

2. Wat wordt bedoeld met gebruiksruimte?

De binnen een gebied aanwezige juridische ruimte voor activiteiten in de fysieke leefomgeving.
Als één bedrijf de maximaal beschikbare ruimte voor bijvoorbeeld geur of geluid in een bepaald gebied volledig opsoupeert, dan is de aanwezige gebruiksruimte ‘op’. Nieuwe ontwikkelingen leiden dan tot overbelaste situaties, soms zou een gebied dan zelfs ‘op slot’ gaan, waardoor nieuwe ontwikkelingen niet mogelijk zijn.

3. Hoe verdeelt de gemeente de gebruiksruimte?

Gebruiksruimte wordt nu vooral via vergunningen en algemene rijksregels verdeeld, meestal op basis van het principe, wie het eerst komt die het eerst maalt. Het nieuwe omgevingsplan wordt het primaire instrument om de gevolgen van lokale milieubelastingen zoals, geluid, trillingen, geur en externe veiligheid te reguleren.
Dit biedt gemeenten meer mogelijkheden om gebruiksruimte te reserveren voor toekomstige gebruikers en om actief te sturen op het terugdringen van overbelaste situaties. Ook kan de beschikbare ruimte efficiënter worden verdeeld. In gebieden waar dit wenselijk is kunnen toegestane immissies per kavel worden verdeeld, zoals nu al wel gebeurt bij geluid op grote industrieterreinen. In de meeste gebieden zullen globalere regels gelden.

4. Wat wordt bedoeld met gebiedsspecifieke sturing?

Sturing in een gebied waar de gemeente bepaalde ambities mee heeft, waar de milieudruk hoog is of een gebied met meerdere functies. De gemeente maakt regels per gebied, die dan gelden voor alle bedrijven.

5. Wat wordt bedoeld met kavelsgewijze sturing?

Als in een gebied de gebruiksruimte maximaal wordt gebruikt, kan er geen nieuwe activiteit meer bij komen, zonder dat er overbelaste situaties ontstaan.
Voor sommige aspecten zou het gebied dan zelfs ‘op slot’ moeten. Door de gebruiksruimte toe te bedelen op niveau van kavels, kan de gemeente meer mogelijkheden creëren en ruimte laten voor nieuwe toetreders. Het gaat niet langer om ‘wie het eerst komt, die het eerst maalt’. Dit is ook duidelijker voor initiatiefnemers; of bedrijfsuitbreiding wel of niet mogelijk is, is van meet af aan helder.

6. Wat bedoelen we met cumulatie?

Een opeenstapeling van belasting op de leefomgeving noemen we cumulatie.
Dat kan bijvoorbeeld gaan om twee cafés, (zelfde aspect, namelijk geluid, en bronsoort), om een café en een verkeersweg (zelfde aspect, andere bronsoort) of om verschillende aspecten (bijvoorbeeld geluid en luchtverontreiniging). De meeste van die verschillende belastingen kunnen niet zomaar worden opgeteld. Ook onder de Omgevingswet houden we, mede daarom, normen per aspect. Er is bijvoorbeeld geen algemene gezondheidsnorm. Toch speelt cumulatie wel een rol in de afweging of nieuwe activiteiten moeten worden toegestaan. Onder de huidige jurisprudentie bestaat dit ook al: we noemen dat een 'aanvaardbaar woon- en leefklimaat'.

7. Wat moet een gemeente straks met cumulatie?

Voor enkele onderdelen vraagt het Rijk straks aan gemeenten om bij het vaststellen van de normen rekening te houden met relevante cumulatie, waarbij aan gemeenten wordt overgelaten wat relevant is.
Hiermee wordt de al bestaande norm voor een goed woon- en leefklimaat meer expliciet gemaakt. Via het aanvullingsbesluit geluid wordt de cumulatieregeling voor geluid van verschillende bronsoorten uitgebreid.

8. Hoe kan een gemeente omgaan met cumulatie?

De gemeenten die kampen met cumulatieproblematiek en daar actief op willen sturen, kunnen een gebiedsnorm opstellen voor gecumuleerde toegestane immissies van een of meer bronsoorten.
Die gebiedsnorm wordt dan bepalend voor het toelaten van activiteiten. Dat kan door middel van een vergunning of melding worden gereguleerd. In overbelaste situaties zal het juist gaan om het terugdringen van immissies.