FAQ's bevoegd gezag

  1. Wie is bevoegd gezag als je voor meer activiteiten één vergunning aanvraagt?
  2. Wat is een ‘magneetactiviteit’?
  3. Kun je wateractiviteiten ook gecombineerd met een niet-wateractiviteit aanvragen?
  4. Wie is bevoegd gezag als twee wateractiviteiten gecombineerd worden aangevraagd?
  5. Is het verplicht om één vergunning aan te vragen voor meer activiteiten als deze met elkaar samenhangen?
  6. Waarom is het niet verplicht samenhangende activiteiten in één vergunning aan te vragen, zoals dit in de Wabo het geval was?
  7. Maakt het uit in welke volgorde de vergunning wordt aangevraagd?
  8. Wat is het voordeel van het aanvragen van één vergunning voor meer activiteiten?
  9. Welke activiteiten zijn magneetactiviteiten van de provincie?
  10. Wat is het verschil tussen “advies met instemming” en “advies”?
  11. Wie mag advies en advies met instemming geven?
  12. Hoe werkt advies met instemming in de praktijk?
  13. Wie is het bevoegd gezag voor ‘complexe bedrijven’?
  14. Wat wordt verstaan onder ‘eens bevoegd gezag, altijd bevoegd gezag’?
  15. Kan een bestuursorgaan bevoegdheden overdragen?

1. Wie is bevoegd gezag als je voor meer activiteiten één vergunning aanvraagt?

Wanneer een vergunning voor meerdere activiteiten tegelijk wordt aangevraagd, is de hoofdregel dat dan slechts één bestuursorgaan als bevoegd gezag geldt.
Dit is altijd één van de bevoegde gezagsinstanties die aan zet zou zijn als voor de activiteiten afzonderlijke vergunningaanvragen zouden zijn ingediend. Het uitgangspunt is decentraal, tenzij. Dat wil zeggen dat het in het overgrote merendeel van de situaties de gemeente is, of (voor wateractiviteiten) het waterschap.

Zijn het beide geen wateractiviteiten, dan is de hoofdregel: de gemeente is bevoegd gezag. Hierop zijn maar een paar uitzonderingen:

  • Eén van de activiteiten is een magneetactiviteit, waarvoor het Rijk of Gedeputeerde Staten bevoegd gezag is. Het bevoegd gezag voor de magneetactiviteit is ook bevoegd voor alle andere activiteiten die daarmee in combinatie worden aangevraagd.
  • Als het gaat om een combinatie van activiteiten waarvoor de gemeente zelf geen bevoegd gezag is. Wanneer geen van deze activiteiten een magneetactiviteit is, verleent het hoogste bevoegde gezag de vergunning.

De betrokken bevoegde bestuursorganen die niet zelf de vergunning verlenen, krijgen in principe advies met instemming op de vergunning. Het bevoegd gezag voor de vergunningverlening is automatisch ook bevoegd om toezicht te houden op de naleving van de vergunning en indien nodig te handhaven. Daarnaast mag het bestuursorgaan dat advies met instemming heeft verleend, eventueel de desbetreffende onderdelen ook zelf handhaven.

2. Wat is een ‘magneetactiviteit’?

De term 'magneetactiviteit' is relevant als er sprake is van meerdere activiteiten en meerdere betrokken bestuursorganen.
In het Omgevingsbesluit staat een lijst met activiteiten die als ‘magneetactiviteit’ zijn gekwalificeerd. Deze activiteiten hebben als het ware een magnetische werking en zijn bepalend voor welk bestuursorgaan bevoegd gezag is. Het gaat om de situatie waarbij één van die activiteiten niet bij de gemeente kan worden neergelegd, vanwege bovengemeentelijke milieueffecten, hoge milieurisico’s of een nationaal of provinciaal belang. De andere activiteiten in een vergunningaanvraag gaan dan mee naar dat bevoegd gezag: de provincie of het Rijk.

3. Kun je wateractiviteiten ook gecombineerd met een niet-wateractiviteit aanvragen?

Voor de combinatie van een vergunning voor een wateractiviteit en een niet-wateractiviteit kan een aanvrager niet één vergunning aanvragen.
Wanneer de aanvrager een aanvraag voor een wateractiviteit tegelijkertijd indient met een niet-wateractiviteit, wordt de vergunningverlening wel gecoördineerd. Er blijven dan echter wel twee bevoegde bestuursorganen, twee vergunningen en twee toezicht- en handhavingsinstanties. Dit blijft ongewijzigd ten opzichte van het bestaande omgevingsrecht.

4. Wie is bevoegd gezag als twee wateractiviteiten gecombineerd worden aangevraagd?

Voor meervoudige aanvragen van een omgevingsvergunning voor wateractiviteiten is het uitgangspunt ‘decentraal, tenzij’ uit de Omgevingswet gevolgd.
Daarom is de hoofdregel: ‘waterschap, tenzij’. Op deze hoofdregel worden drie uitzonderingen gemaakt:  beperkingengebiedactiviteiten die worden verricht in het kader van aanleg of wijziging van een waterstaatswerk door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, grotere grondwateronttrekkingen (de provincie is bevoegd gezag) en de derde uitzondering gaat om lozingen vanuit ippc-installaties en Seveso-inrichtingen in rijkswateren (de Minister van Infrastructuur en Waterstaat is bevoegd gezag). 

5. Is het verplicht om één vergunning aan te vragen voor meer activiteiten als deze met elkaar samenhangen?

Nee, initiatiefnemers kunnen zelf kiezen om in één keer een vergunning aan te vragen voor meerdere activiteiten, maar dat hoeft niet.
Dit is een wijziging ten opzichte van de Wabo, die initiatiefnemers ertoe verplichtte om één vergunning aan te vragen voor activiteiten die onlosmakelijk met elkaar samenhingen. De onlosmakelijkheid is in de Omgevingswet losgelaten.

6. Waarom is het niet verplicht samenhangende activiteiten in één vergunning aan te vragen, zoals dit in de Wabo het geval was?

De initiatiefnemers bepaalt zelf wanneer hij voor welk onderdeel een vergunning aanvraagt. Zo kan hij de aanvraag en de benodigde aan te leveren gegevens afstemmen op de fasering van zijn project.
De initiatiefnemer kan er zo voor kiezen om de voor hem meest risicovolle aanvraag eerst in te dienen en kan zo eerst meer zekerheid krijgen of het hele project door kan gaan, zonder meteen voor alle benodigde activiteiten een aanvraag in te dienen en daarbij behorende onderzoeken uit te voeren en gegevens aan te leveren. Voor bijvoorbeeld een agrariër die wil uitbreiden, is het meest kritieke onderdeel van de vergunning vaak de benodigde ruimte voor stikstofuitstoot in de vergunning voor de Natura2000-activiteit. Hij kan er straks voor kiezen deze aanvraag eerst apart in te dienen, en pas later een vergunning voor het bouwen van de bijbehorende stal aan te vragen, wanneer duidelijk is dat de natuurregelgeving voldoende ruimte biedt.

7. Maakt het uit in welke volgorde de vergunning wordt aangevraagd?

De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk voor het in de voor hem juiste volgorde aanvragen van vergunningen.
Zo geeft het hebben van een vergunning voor het bouwen van een fabriekshal bijvoorbeeld geen garantie dat daarin ook de beoogde milieubelastende activiteit mag worden uitgevoerd. Het bevoegd gezag kan de initiatiefnemer hierbij ondersteunen en wegwijs maken door het voeren van vooroverleg.

8. Wat is het voordeel van het aanvragen van één vergunning voor meer activiteiten?

Wanneer meerdere activiteiten tegelijk worden aangevraagd, krijgt de initiatiefnemer één vergunning met één bevoegd gezag voor vergunningverlening, toezicht, handhaving en bezwaar en beroep.
Wanneer de initiatiefnemer er voor kiest om losse aanvragen in te dienen voor verschillende activiteiten, krijgt hij dus meerdere vergunningen. Hiervoor geldt dan ook niet de zogenaamde  bepaling rondom magneetactiviteiten.
Het kan zijn dat voor de verlening van die vergunningen verschillende bestuursorganen bevoegd zijn. Als bijvoorbeeld een vergunning voor een bouwactiviteit en een vergunning voor een Natura2000-activiteit los van elkaar worden aangevraagd, krijgt de initiatiefnemer de eerste van de gemeente en de tweede van de provincie.
Hierop is een uitzondering: wanneer het gaat om een complex bedrijf (een ippc-installatie met een hoge impact op de leefomgeving of grote technische complexiteit, of een Seveso-inrichting). Op deze bedrijven is de regel ‘eens bevoegd gezag, altijd bevoegd gezag’ van toepassing, die ervoor zorgt dat alle vergunningen binnen de begrenzing van het complexe bedrijf door hetzelfde bevoegde gezag worden verleend.

9. Welke activiteiten zijn magneetactiviteiten van de provincie?

In het Omgevingsbesluit staan de activiteiten die als ‘magneetactiviteit’ zijn aangewezen.
Bijvoorbeeld de milieubelastende activiteiten van chemische fabrieken uit categorie 4 van de richtlijn industriële emissies. Zulke IPPC-installaties zijn doorgaans technisch complex en hebben gemeentegrens-overschrijdende milieueffecten. Daarom is de provincie bevoegd gezag voor de milieubelastende activiteiten van deze fabrieken en niet de gemeente.

10. Wat is het verschil tussen “advies met instemming” en “advies”?

Advies met instemming is in het Omgevingsbesluit toebedeeld aan die bestuursorganen die als zij los zouden worden aangevraagd alleen bij die bestuursorganen kunnen worden aangevraagd.
Een bestuursorgaan dat bevoegd gezag is mag niet afwijken van het advies dat is gegeven door een orgaan dat advies met instemming heeft.
De proceduretijd is in geval van een advies met instemming met vier weken verlengd. Ook kan het bestuursorgaan dat advies met instemming verleent worden aangewezen als bevoegd gezag voor de handhaving daarvan, naast het bevoegde gezag voor de vergunning. Advies is toebedeeld aan betrokken bestuursorganen. Het advies is zwaarwegend en het bevoegd gezag mag hiervan alleen gemotiveerd afwijken. Voor advies gelden geen specifieke regels voor verlenging van de termijnen. Ook heeft het desbetreffende bestuursorgaan geen specifieke zelfstandige handhavingsmogelijkheden. 

11. Wie mag advies en advies met instemming geven?

Het Omgevingsbesluit wijst aan welke bestuursorganen advies en advies met instemming mogen verlenen.
Hierbij is uitgegaan van de hoofdregel dat wie in het bestaande omgevingsrecht bevoegd gezag was voor een losse vergunning of een daarmee vergelijkbaar instrument, zoals een verklaring van geen bedenkingen op grond van de Wabo, op grond van de Omgevingswet advies met instemming mag verlenen. Wie in het bestaande omgevingsrecht adviesrecht op de omgevingsvergunning had, heeft dit op grond van de Omgevingswet in principe ook. Hiermee wordt voldaan aan het uitgangspunt van de stelselherziening dat wordt aangesloten bij de bestaande bestuurlijke verantwoordelijkheidsverdeling.

12. Hoe werkt advies met instemming in de praktijk?

De werking van een advies met instemming is vergelijkbaar met die van de ‘verklaring van geen bedenkingen’ zoals die in de Wabo was opgenomen.
Wanneer bijvoorbeeld een vergunning wordt aangevraagd voor het bouwen van een horecagelegenheid in een natuurgebied, verleent de gemeente de vergunning voor de bouwactiviteit en de Natura2000-activiteit. De provincie heeft als bevoegd gezag voor Natura2000-activiteiten advies met instemming. De gemeente vraagt dus de provincie om advies. De provincie kan dit verlenen in de vorm van concrete vergunningvoorwaarden voor de omgevingsvergunning, en daarbij vermelden dat de provincie instemt met de vergunning wanneer de voorwaarden worden overgenomen. Een andere mogelijkheid is dat de provincie eerst advies aan de gemeente verleent, en daarna door de gemeente de concept-vergunning krijgt voorgelegd om instemming te verlenen. De Omgevingswet biedt bevoegde bestuursorganen  de ruimte om hier zelf goede werkafspraken over te maken.

13. Wie is het bevoegd gezag voor ‘complexe bedrijven’?

Voor complexe bedrijven (Seveso-inrichtingen en IPPC-installaties met een hoge impact op de leefomgeving of hoge technische complexiteit) is het belangrijk dat het bevoegd gezag overzicht houdt over alle activiteiten die plaatsvinden op het terrein, en deze integraal beoordeelt.
Daarom bevat het Omgevingsbesluit de regel ‘eens bevoegd gezag, altijd bevoegd gezag’ voor complexe bedrijven. Vergunningaanvragen voor complexe bedrijven worden altijd door één bevoegd gezag afgehandeld, ook als ze los van elkaar of na elkaar worden aangevraagd. Het bevoegd gezag voor de milieubelastende activiteit (de IPPC-installatie of de Seveso-inrichting) wordt ook bevoegd gezag voor alle andere vergunningplichtige en algemeen geregelde activiteiten binnen de begrenzing van de milieubelastende activiteit zoals die uit de vergunning volgt, ongeacht of deze tegelijkertijd worden aangevraagd. Voor alle bedrijven die onder deze regeling vallen is de provincie bevoegd gezag.

14. Wat wordt verstaan onder ‘eens bevoegd gezag, altijd bevoegd gezag’?

Voor complexe bedrijven, met een relatief hoge milieu-invloed, is het van belang dat één bevoegd gezag toeziet op alle activiteiten die het bedrijf ontplooit en de mogelijke gevolgen daarvan voor de fysieke leefomgeving.
Het aanwijzen van één bevoegd gezag voor deze bedrijven zorgt dat er voor zowel de bedrijven zelf als voor belanghebbenden één aanspreekpunt is.  Bij een gecombineerde aanvraag zal vrijwel altijd de provincie bevoegd gezag zijn. Zou bijvoorbeeld na een jaar na een aanvraag voor een Seveso-installatie, ook nog een bouwvergunning (waarvoor de gemeente bevoegd gezag is) worden aangevraagd, dan gaat dit in het geval van complexe bedrijven toch ook naar de provincie.

15. Kan een bestuursorgaan bevoegdheden overdragen?

Ja, in uitzonderingsgevallen kunnen bestuursorganen bevoegdheden met betrekking tot vergunningen aan elkaar overdragen, als ze daar beide mee instemmen.
Wel stelt de Waterschapswet beperkingen daarin: waterschappen mogen geen taken buiten hun functionele pakket aannemen.Als bevoegdheden worden overgedragen moet dat aan de aanvrager of houder van de vergunning en betrokken partijen (bijvoorbeeld zij die al een bezwaar of beroep hebben ingediend) worden medegedeeld. Dat voorkomt dat zij zich tot het verkeerde bestuursorgaan richten.