Directeur Eenvoudig Beter bezoekt DCMR

Op donderdag 29 november 2018 bracht een kleine afvaardiging van de programmadirectie Eenvoudig Beter van BZK een bezoek aan de DCMR Milieudienst Rijnmond. In het gezelschap directeur Rosemarie Bastianen en programmamanagers Nicole Fikke (Besluit activiteiten leefomgeving en Invoeringsbesluit) en Paul Pestman (Besluit kwaliteit leefomgeving). Een middag over de rol van de omgevingsdienst onder de Omgevingswet.

Het bezoek had een feestelijke aanleiding: de uitreiking door Rosemarie Bastianen van de eerste prijs van de Grote AMvB Quiz van de Omgevingswet aan DCMR-medewerker Wilbert van Duinhoven.

Adviseren over leefkwaliteit in Schieveste

Maarten de Hoog (plaatsvervangend directeur) en Boukje van der Lecq (bureauhoofd Ruimte & Leefomgeving en portefeuillehouder Omgevingswet) van DCMR nemen het gezelschap mee het dak van het gebouw op.

De Hoog: ‘De DCMR werkt aan een leefbare en veilige regio, waar mensen fijn kunnen wonen, werken en recreëren. Van oudsher doen we dat door het maken van vergunningen en het handhaven van milieu- en veiligheidsregels. En tegenwoordig ook meer en meer in een adviesrol.’

Het dak biedt een wijds uitzicht over het Rijnmondgebied: de skyline van Rotterdam, transformatiegebied Merwe-Vierhavens, de Schiedamse haven met offshore-bedrijvigheid en het gemeentehuis van Schiedam.

Frits Kwint, ruimtelijk adviseur van DCMR, vertelt over Schieveste, het gebied dat zich uitstrekt aan de voet van de DCMR. Schieveste is onderdeel van de Stedenbaan, een plan voor hoogstedelijke woningbouw rond het Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) tussen de Drechtsteden en Leiden.

Kwint: ‘In Schieveste moeten tussen de 3.000 en 3.500 woningen komen. Maar kijk eens om je heen! Het is een enorme uitdaging om op deze plek een gezonde en veilige leefomgeving te realiseren.’ Schieveste is omgeven door infrastructuur met een hoge geluidbelasting: de A20, de spoorlijn Rotterdam-Den Haag en de metro.

Het is groots en misschien wel té, besluit Kwint. ‘Maar bedenk dat het door de omvang van het project ook veel rendabeler is om te investeren in kwaliteit en in maatregelen om de geluidbelasting te verlagen. Je moet wel regelen dat dat ook gebeurt.’ Diverse marktinitiatieven zijn bij elkaar gekomen en gaan nu de handen ineenslaan. Gemeente Schiedam zal de publiekrechtelijke kaders vaststellen. Bijvoorbeeld voor de woon- en leefkwaliteit, maar ook hoe de nieuwe ontwikkeling meerwaarde kan hebben voor de rest van Schiedam. Kwint: ‘Vanuit DCMR is het mijn rol om de gemeente te adviseren over manieren om met het oog op de milieubelasting toch een goede woon- en leefkwaliteit te realiseren. Daarvoor is het belangrijk om  te zorgen dat milieu-informatie op het goede moment in het proces wordt meegenomen.’

De DCMR is niet alleen toezichthouder en handhaver, maar denkt ook mee aan de voorkant van ruimtelijke ontwikkelingen – Frits Kwint, DCMR

De meldkamer

Het gezelschap maakt een korte stop in de meldkamer, het kloppend hart van de inspectie van de DCMR. Hier komen 24/7 meldingen binnen over overlast van stank en geluid in het Rijnmondgebied. De buitendienst staat permanent klaar om oorzaken op te sporen en te verhelpen.

Tim Piek van DCMR: ‘Elektronische neuzen en geluidsensoren in het hele Rijnmondgebied houden continu de luchtkwaliteit en geluidbelasting in de gaten. Wij krijgen de data binnen in de meldkamer en kunnen zo permanent de vinger aan de pols houden.’

Bij grote calamiteiten, zoals onlangs een stroomstoring in de Botlek, verandert de meldkamer in een waar crisiscentrum. DCMR weet wat bedrijven aan gevaarlijke stoffen in huis hebben en speelt daarmee een cruciale rol in de crisisbestrijding.

Maarten de Hoog: ‘In de toekomst willen ook graag realtime informatie over aanwezige stoffen hebben. Voor bedrijven gaat dit best ver. De uitdaging is om met elkaar te wennen aan de manier waarop we met gegevens omgaan.’

In gesprek over afgestemde regels en werkbare vergunningen

Enkele nieuwe deelnemers schuiven aan voor een tafelgesprek over de betekenis van de Omgevingswet voor het bedrijfsleven in het Rijnmondgebied en de rol van de DCMR.

Resianne Dekker, hoofd Policy & Planning binnen de afdeling Environmental Management van het Havenbedrijf Rotterdam: ‘Ik ben blij met de Omgevingswet. De geest van de wet is om aan de voorkant de afweging te maken tussen het economisch belang en het belang van de omgeving. Zou fantastisch zijn als dat werkelijkheid wordt.’ Dekker vervolgt: ‘In het Rijnmondberaad buigen we ons samen met regiogemeenten, provincie Zuid-Holland, waterschappen, DCMR, VRR en GGD over de implementatie van de wet. Goed om daar te merken dat de bevoegde gezagen aandacht hebben voor uniformiteit in hun regelgeving.’

Maarten de Hoog vult aan: ‘Als omgevingsdienst kunnen wij helpen om tot een samenhangend pakket aan regelgeving te komen dat regionaal is afgestemd. Niet in een beleidsrol, maar wel in een technische rol. Die rol willen we graag pakken.’

Axel Pel, hoofd vergunningverlening bij DCMR: ‘Ik hoop vooral ook dat de Omgevingswet de vergunningverlening makkelijker en sneller doet verlopen voor bedrijven.’ ‘Voor complexe bedrijven, zoals die veel in het Rijnmondgebied zitten, worden procedures niet korter’, reageert Nicole Fikke van het ministerie. Maar er komt wél een betere balans tussen algemene regels en vergunningvoorschriften. Het aantal algemene regels wordt minder en daar zijn de complexe bedrijven blij mee. Het gaat dan vooral om onderwerpen die beter op maat gemaakt kunnen worden in de vergunning. Voor niet-complexe bedrijven die vergunningplichtig zijn, geldt de vergunningplicht vaak nog maar voor een deel van het bedrijf.’

‘Verder onderzoeken we samen met bedrijven en de DCMR in een pilot hoe we de vergunning zodanig kunnen maken dat deze minder vaak aangepast hoeft te worden’, voegt Fikke toe. ‘Dan is ‘ie futureproof. De Omgevingswet helpt daar onder meer bij doordat de specifieke zorgplicht nu ook naast de vergunning geldt. Als je dat slim benut, is een heel aantal bestaande voorschriften in vergunningen niet meer nodig.’

Jan Overdevest, directeur van de Waalhaven Group, legt de vraag op tafel in hoeverre klimaat gaat doorwerken in de vergunningen. Het kan concurrentieverstorend werken als hierin verschillen ontstaan tussen havens. Rosemarie Bastianen: ‘Dit staat eigenlijk buiten de stelselherziening. We maken nu een nieuw stelsel, met de bestaande regels. Uiteindelijk is het aan de politiek om de uitkomsten van klimaatoverleggen te bezien en te besluiten over nieuwe ambities en regels voor bijvoorbeeld CO2-uitstoot. Dat kan vervolgens leiden tot wijzigingen in de Omgevingswet. Zoals er nog zoveel meer nieuw beleid kan en zal landen in de wet!’

In de hal staat gezelschap nog kort stil bij de toekomstvisie van de DCMR. De grote wandplaat toont het Rijnmondgebied in 2030. Meer woningen én meer groen, wonen en werken gemengd, een schone, circulaire economie in de haven, energie van windmolens en zonnepanelen. Het instrumentarium van de Omgevingswet heeft deze transitie mede mogelijk gemaakt. DCMR zet satelliet, sensoren, e-noses en burgers in die geluid en lucht meten. De milieudienst koppelt gegevens aan data uit andere bronnen en kan zo sneller en slagvaardiger handhaven. Samen naar 2030!