Ervaringen

Met de Chw-experimenten is de unieke situatie ontstaan dat de toepassing in de praktijk en de ontwikkeling van wet- en regelgeving elkaar intensief beïnvloeden.

Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte

Verschillende duurzame innovatieve experimenten van de Chw lopen vooruit op generieke toepassing van nieuwe wetgeving. Vooral het aantal gemeenten met een duurzaam innovatief experiment met het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte loopt snel op. De Chw-voortgangsrapportage 2015-2016 meldt dat in 38 projecten wordt geëxperimenteerd met een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Op hetzelfde moment was de aanwijzing van nog eens 50 bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte in procedure. In totaal gaat het dus al om bijna één op de vijf gemeenten.

Andere duurzame innovatieve experimenten

Naast de bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte zijn er experimenten rond:

  • gebiedsgericht bodembeheer in relatie tot Wet en besluit bodembescherming (4 experimenten gerapporteerd in Voortgangsrapportage 2015-2016)
  • ruimte voor particulier opdrachtgeverschap en het Bouwbesluit 2012 (3 experimenten)
  • Keurmerk GarantieWoningen en het Wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen (5 experimenten)
  • de vermindering van regeldruk voor kleine bouwwerken, eveneens in relatie tot het Wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen (8 experimenten).

Ook andere onderdelen van de Chw, zoals de ontwikkelingsgebieden, leveren inzichten op voor de vernieuwing van het omgevingsrecht.

Winst

Met deze experimenten fungeert de Chw over een breed terrein als proeftuin voor het nieuwe omgevingsstelsel. De interactie komt de verdere invulling van de Omgevingswet ten goede. Daarnaast leidt het experimenteren met de regelgeving uit de Omgevingswet ertoe dat plannen tot stand komen die nauw aansluiten op de toekomstige regelgeving.
 

Voorbeeld: Het integreren van verordeningen

Voor het integreren van verordeningen moet een wettelijke grondslag beschikbaar zijn. Veel sectorale wetgeving biedt die nu nog niet. In het nieuwe omgevingsstelsel wordt in het Invoeringsbesluit bepaald:

  • welke verordeningen in het omgevingsplan moeten worden opgenomen. Dit kan bijvoorbeeld gaan om gebiedsaanwijzingen die samenhangen met regels over evenementen.
  • welke verordeningen kunnen worden opgenomen. Dit gaat om variabele, plaatsgebonden regels waarbij de burgemeester niet het bevoegd gezag is, zoals de opstelling van marktkramen.
  • welke verordeningen niet mogen worden opgenomen. Dit gaat om verordeningen waarvoor de burgemeester het bevoegd gezag is, zoals openbare orde en veiligheid en veiligheid bij evenementen.

In het kader van het Chw-experiment met het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte heeft een aantal gemeenten geïnventariseerd welke verordeningen over de fysieke leefomgeving opgenomen kunnen worden in het omgevingsplan. De ervaringen die gemeenten hiermee hebben opgedaan, worden gebruikt bij het opstellen van de regels in het Invoeringsbesluit.

Een ander winstpunt van de Chw-experimenten is dat nu al praktische ervaring ontstaat met de nieuwe wetgeving. Zo ontstaat kennis van juridische en plantechnische aard. Ook krijgen gemeenten een andere kijk op het functioneren van de gemeentelijke organisatie en op de relatie tussen openbaar bestuur en samenleving. Beide invalshoeken (techniek en toepassing) zijn essentieel voor een goede start met de Omgevingswet.