Tjerk Wagenaar over gebruiksruimte

De omgeving gaat de komende decennia drastisch veranderen. De Omgevingswet geeft de spelregels om dat op een goede en eenvoudige manier voor elkaar te krijgen, vertelt Tjerk Wagenaar in zijn college. .

Inhoud college

Centraal concept is de 'gebruiksruimte', waarbij bedrijven, burgers en overheid er samen voor moeten zorgen dat afgesproken omgevingswaarden binnen de gestelde grenzen blijven. Als voorbeeld noemt Wagenaar de luchtkwaliteit die wordt uitgedrukt in de concentratie stikstof in de lucht. Afspraken voor een bepaalde maximumwaarde zorgen ervoor dat er keuzes gemaakt moeten worden als de luchtkwaliteit vermindert door het toestaan van bepaalde industrie of toenemend autogebruik. Drie instrumenten in de Omgevingswet kunnen dan worden ingezet om daarmee om te gaan: de omgevingsvisie, de programmatische aanpak en de vergunningen voor bedrijven. Daarbij is toezicht nodig om ervoor te zorgen dat elke speler in de leefomgeving daarbij z'n afspraken over de gebruiksruimte nakomt. Waardoor men samen een gezonde en aantrekkelijk leefomgeving realiseert

(Naast een viaduct staat een windturbine te draaien. Aan de oever van een rivier ligt een zeilboot. Beeldtitel: Kijk op de Omgevingswet. Een man loopt een ruimte in. Beeldtekst: Kijk op de Omgevingswet. Tjerk Wagenaar over gebruiksruimte. Iemand slaat een filmklapper dicht.)

LEVENDIGE MUZIEK

TJERK WAGENAAR: Beste mensen, de komende vijf minuten wil ik met u het centrale concept gebruiksruimte uit de Omgevingswet bespreken.

Zoals u allen weet, gaat de komende decennia onze leefomgeving enorm veranderen.

Hier achter mij ziet u een windmolen.

Daar komen er dadelijk duizenden van te staan.

Maar niet alleen de windmolens, ook onze industrie gaat veranderen.

De landbouw gaat veranderen.

Misschien ook wel de plaats hoe we gaan wonen. Steden die groter worden.

Hoe gaat dat er allemaal uitzien. En natuurlijk die mooie natuur.

We beginnen altijd om te kijken waar we nu staan.

Het Planbureau voor de Leefomgeving maakt keurig jaarlijks de balans op.

Wellicht dat u dit boekje ook wel kent.

En hierin staat precies omschreven: waar gaat het goed met onze leefomgeving maar ook waar moeten we verbeteren en op welke punten moeten we echt significant verbeteren.

We willen met z'n allen graag een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving voor onze kinderen en zeker ook voor onze kleinkinderen.

En hopelijk gaat de Omgevingswet de spelregels geven om dat op een goede, eenvoudige manier voor elkaar te krijgen.

Centraal in die Omgevingswet staat het concept gebruiksruimte.

En wanneer ik het woord gebruiksruimte noem misschien dat u dan direct denkt bijvoorbeeld aan een kamer.

Dat is ook een gebruiksruimte.

De kenmerken van die kamer, namelijk dat die begrensd is in de ruimte is hetzelfde als wat je ook in de Omgevingswet terug zult vinden.

Daarmee kun je maar een beperkt aantal activiteiten uitvoeren in die kamer en misschien moet je het ook in die ruimte verdelen.

De kinderen in de ene hoek, de ouders in de andere hoek.

Dus het verdelingsvraagstuk staat ook centraal in de Omgevingswet.

Graag wil ik dit met u concreet maken aan de hand van het voorbeeld de luchtkwaliteit.

(Hij haalt de dop van een stift en tekent een verticale en een horizontale lijn op een flip-over.)

Op de horizontale as zet ik uit de tijd.

(Hij noteert het woord 'tijd'.)

En op de verticale as, als voorbeeld van de luchtkwaliteit, stikstofoxide.

(Hij schrijft de formule NOx op.)

En om precies te zijn de concentratie stikstofoxide.

Allereerst gaan we de ruimte begrenzen.

We hebben afgesproken, ik teken dat met een lijn dat de concentratie van de stikstofoxide niet boven een bepaalde grens uit komt.

Wie zijn wij?

(Rechts boven de teruglopende lijn die hij net heeft getekend, noteert Wagenaar het woord 'democratie'.)

Onze vertegenwoordigers in de Tweede Kamer, in de Provinciale Staten in de gemeenteraad of bij de waterschappen.

Zij bepalen democratisch wat de begrenzing is.

En u ziet hier al het lijntje teruglopen want dat betekent dat de luchtkwaliteit verbeterd moet worden.

De tweede vraag is: wie maken er nou gebruik van die ruimte?

De industrie, dat doen we zelf als we met de auto's rijden en nog een aantal andere activiteiten.

Voor het gemak teken ik het als een balkje.

(Op de horizontale as tekent hij een verticaal balkje en zet daar schuine streepjes in. Het bovenste stukje van het balkje laat hij leeg.)

Dit balkje geeft aan hoeveel we op dit moment aan luchtvervuiling mogen veroorzaken.

En u ziet boven aan dit balkje nog een leeg stukje staan.

Dat is niks anders dan fabrieken die een vergunning hebben om meer te mogen produceren en daarmee ook meer te mogen vervuilen maar dat nog niet doen. Dat is één stukje ruimte dat we nog hebben.

(Naast het lege stukje noteert hij een één.)

Maar daarnaast ziet u dat we nog een tweede stuk ruimte hebben.

Dat is ruimte die door onze overheden nog uitgegeven mag worden.

(Tussen het lege stukje en de teruglopende lijn schrijft hij een twee op.)

En nou komt er natuurlijk een hele interessante vraag als we naar de toekomst gaan kijken: is die ruimte genoeg of gaat die knellen?

Ik trek voor het gemak de lijntjes door.

(Hij trekt de lijn tussen één en twee door.)

Als we het lijntje dat we nu in gebruik hebben, doortrekken dan zien we dat het na verloop van tijd knelt.

Dus moeten er keuzes gemaakt worden.

(Hij zet een pijl bij het onderste stuk van de balk.)

Het zou ook nog kunnen knellen omdat er bijvoorbeeld meer auto's gaan rijden of omdat de industrie uit wil breiden.

Dus ook de bestaande activiteiten kunnen meer ruimte gaan vragen.

Aan de andere kant zien we ook dat industrieën meer efficiënte technieken gebruiken waardoor ze minder uit gaan stoten.

En wat we zelf vaak doen, is in zuinigere auto's rijden waardoor het minder wordt.

Kortom, een dynamisch vraagstuk.

De Omgevingswet biedt ons drie belangrijke instrumenten om met dit vraagstuk om te gaan.

Het eerste is: waar staan we en wat willen we? De zogenaamde omgevingsvisie.

(Naast een één in een cirkel schrijft hij het woord 'omgevingsvisie' op.)

Hierin maken alle democratische organen, Tweede Kamer, Provinciale Staten waterschappen en gemeenten, hun plannetjes wat ze willen zien aan activiteit en ontwikkeling voor de komende jaren.

En die plannetjes moeten keurig op elkaar afgestemd worden zodat we één plaatje hebben wat wel en niet in Nederland kan.

Belangrijk, begrenzing van de ruimte.

Tweede instrument is de programmatische aanpak.

(Naast een twee in een cirkel noteert hij 'programmatische aanpak'.)

Dit is een instrument dat ingezet kan worden op het moment dat er overschrijdingen zijn.

Als er te veel luchtverontreiniging is dan kunnen de overheden maatregelen gaan nemen om heel gericht in een beperkte hoeveelheid tijd te zorgen dat we binnen de kaders weer terugkomen.

En het derde instrument, dat velen van u al kennen de vergunningen, vergunningen voor bedrijven.

(Naast een drie in een cirkel schrijft hij het woord 'vergunningen' op.)

In deze vergunningen kan aangegeven worden hoeveel men mag vervuilen voor de komende jaren.

Er kan rekening mee gehouden worden dat er nieuwe technieken komen waardoor je na verloop van een aantal jaren minder vervuiling nodig hebt om dezelfde productie te kunnen doen.

En tot slot, ik heb dat niet expliciet als een vierde instrument opgenoemd dat zijn de algemene regels die begrenzingen aangeven hoeveel we aan luchtvervuiling mogen doen.

Dit verhaal gaat het komende jaar verder uitgewerkt worden.

En er zijn een aantal nog interessante vragen.

Eén vraag is: als een industrie ruimte overheeft mag hij of zij dat dan aan iemand anders verkopen?

(Hij wijst naar het lege stukje.)

Hoe doen we dat precies?

Tweede belangrijke vraag is, we hebben het hier over de luchtkwaliteit hoe gaan we een afweging maken in een ruimte tussen verschillende leefomgevingswaarden luchtkwaliteit, economische activiteit, misschien ook stank, woningbouw?

Heel interessant hoe een lokale gemeenschap tot afwegingen komt hoe je dat moet doen.

En tot slot, en dat geldt bij elke wet, toezicht.

Een man een man, een woord een woord.

Een vrouw een vrouw, een woord een woord.

Alles valt of staat met of we onze afspraken nakomen.

En als we daaraan voldaan hebben, dan heb ik de indruk dat onze Omgevingswet echt een wet is die werkt om die mooie, gezonde, aantrekkelijke leefomgeving voor onze kinderen en kleinkinderen te gaan realiseren.

(Het Nederlandse wapenschild met daarnaast: Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Beeldtekst: Meer weten? Kijk op omgevingswet.pleio.nl.)

DE LEVENDIGE MUZIEK SPEELT VERDER EN STOPT DAN