Niels Koeman over de kansen van flexibele regels voor krimpgebieden

De Omgevingswet geeft meer ruimte voor innovaties en duurzame ontwikkeling van de omgeving door een grotere flexibiliteit.

Inhoud college

Niels Koeman, staatsraad Raad van State en lid Raad voor de Leefomgeving, geeft voorbeelden van de manier waarop flexibiliteit in planvorming meer mogelijkheden geeft. In krimpgebieden waar een bestemming met een mengvorm van kantoren en wonen zonder ingewikkelde procedures mogelijk maakt. Of dat er alvast gebouwd mag worden vlakbij een snelweg die na verloop tijd toch ondergronds wordt aangelegd

(Naast een viaduct staat een windturbine te draaien. Aan de oever van een rivier ligt een zeilboot. Beeldtitel: Kijk op de Omgevingswet. Een man staat in een werkkamer. Beeldtekst: Kijk op de Omgevingswet. Niels Koeman over flexibiliteit. Iemand slaat een filmklapper dicht.)

LEVENDIGE MUZIEK

NIELS KOEMAN: De wetgever wil in de nieuwe Omgevingswet meer flexibiliteit inbouwen. Op zichzelf is dat, denk ik, goed te begrijpen.

Tegenover flexibiliteit staat starheid, een rigide stelsel waarin je vastloopt en ik denk dat we met elkaar zo'n stelsel niet willen.

Dus dat op zichzelf die gedachte en die wens naar flexibiliteit een begrijpelijke is.

Of dat gaat lukken, is natuurlijk nog veel minder goed te zeggen omdat dat ook in belangrijke mate afhangt van de vraag hoe die AMvB's die onder de wet komen te hangen, er precies uit gaan zien want daar zal die flexibiliteit in belangrijke mate geregeld moeten gaan worden.

En het is niet op voorhand duidelijk of dat gaat lukken en hoe de keuzes daar gemaakt gaan worden.

Maar laten we voor dit moment even ervan uitgaan dat de wetgever daar op een goede manier uit kan komen dan is, denk ik, de algemene doelstelling van de wet op dit punt zeker te onderschrijven.

Flexibiliteit kun je, en is misschien ook wel nuttig, onderscheiden in een soort inhoudelijk debat, inhoudelijke versoepeling van normen en een meer formele procedurele versoepeling.

Als we praten over inhoudelijke normen, dan gaat het over geluid gaat het over geur, gaat het misschien over bodem althans voor zover er ruimte in is in het Nederlandse stelsel en het niet verboden wordt door Europa.

Ik denk dat daar misschien op detailpunten wel enige verbetering is aan te brengen in de zin dat er misschien nog ruimte in zit die nog niet benut is.

Maar in hoofdlijnen sprekend is mijn beeld dat de ruimte in het huidige systeem neem het onderwerp geluid, met hogere waardemogelijkheden met zeehavennormen et cetera dat dat verstandig zou zijn om dat in hoofdlijnen in het nieuwe systeem ook over te nemen.

Maar het zou een grote winst zijn als dat op een uniforme en overzichtelijke manier zou gebeuren dat dus die AMvB's de normale situatie beschrijven.

Dan is de bandbreedte tot maximaal zoveel.

In bijzondere gevallen kan er een schepje bovenop maar dan moet je het misschien motiveren of aan randvoorwaarden voldoen.

En in de situatie dat de programmatische aanpak wordt benut ik zal er zo nog wat meer over zeggen dan kan er nog een derde stap gezet worden.

As dat op een uniforme manier voor alle milieucompartimenten zou gebeuren zou dat niet betekenen dat inhoudelijk normen verschuiven maar dat het systeem wel overzichtelijker en makkelijker toepasbaar wordt.

Nog een speciale opmerking over de flexibiliteit van de planfiguur.

We hebben in het huidige systeem, eigenlijk al heel lang, het bestemmingsplan dat we allemaal goed kennen en dat gaat vervangen worden door het omgevingsplan.

En kijk je naar dat bestemmingsplan, naar wat de wetgever daar aan eisen stelt wat de jurisprudentie daar aan eisen stelt dan moet er wel vastgesteld worden dat het eindresultaat van die beide zaken is dat die bestemmingsplanfiguur toch een tamelijk strakke is.

Objectieve begrenzingen, uitvoerbaarheid van het plan een planhorizon van tien jaar, voorwaardelijke verplichtingen.

Aan alle kanten, zeg maar, staat de rechtszekerheid daar voorop staat voorop de vraag: wat willen we weren? Wat willen we onmogelijk maken?

En die planfiguur zit toch veel minder in elkaar in de zin dat daar nagedacht wordt en mogelijkheden worden gegeven over de kansen die dat plan zou willen bieden.

En ik denk dat het goed zou zijn, het is ook goed dat de wetgever een andere naam voor die planfiguur heeft gekozen, dat omgevingsplan om toch op dit punt met een schone lei te beginnen en in die spanning tussen flexibiliteit en rechtszekerheid toch wat meer die kant van de flexibiliteit op te zoeken.

Denk ook aan de situatie bijvoorbeeld van de krimpgemeenten dat je zegt: Is het niet mogelijk om een mengvorm van bestemmingen te kiezen?

Dat binnen één bestemming zowel de functie kantoren als de functie wonen mogelijk is zodat als een bepaald gebruik niet meer actueel is je zonder ingewikkelde procedures kunt switchen naar de andere functie.

Ik zei al iets over die programmatische aanpak.

Dat systeem kennen we inmiddels bijvoorbeeld uit de Crisis- en herstelwet waar het aanvankelijk gebiedsontwikkelingsplan heette de combinatie van een ontwikkeling aan de ene kant en maatregelen aan de andere kant.

Dat idee, van die programmatische aanpak, als ik de wetgever goed begrijp dat gaat algemeen toepasbaar worden in de normale procedures van het nieuwe recht en van dat nieuwe omgevingsplan.

En ik denk dat dat op zichzelf goed is.

Laat ik een voorbeeld geven.

Als we hier in Amsterdam in de Zuidas woningen willen bouwen dan is het op dit moment lastig om die woningen dicht bij de Ringweg, de A10 te bouwen vanwege de geluidsniveaus.

Dat is te begrijpen, maar wordt wat minder goed te begrijpen als we weten dat het vrijwel zeker is dat die snelweg over enige jaren ondergronds zal zijn aangelegd.

En dan is de vraag: zou het niet verantwoord zijn om te zeggen: Voor een beperkt aantal jaren zijn de geluidsniveaus hoger dan normaal toelaatbaar maar dat kan omdat verzekerd is dat die maatregel van dat ondergronds brengen en daarmee het wegnemen van de bron, omdat die maatregel vaststaat.

Welnu, dat gaat de Omgevingswet in meer algemene zin mogelijk maken zonder dat uiteindelijk aan het beschermingsniveau getornd wordt.

Dat kan op een goede manier tot meer flexibiliteit in planontwikkeling leiden.

Ten slotte nog dit, alles hangt met alles samen.

Als je aan de knop van de flexibiliteit draait dan zijn er elders effecten te verwachten.

Op een andere manier omgaan met de burgers, die er meer bij betrekken meer uitleggen, meer motiveren.

Misschien ook rekening houden met meer schadeclaims.

En ook rekening houden met het feit dat als je niet met name goed communiceert met die burgers het beroep op de rechter kan toenemen.

Dat zijn de offers die je misschien onder omstandigheden brengen moet om die grotere flexibiliteit mogelijk te maken.

(Het Nederlandse wapenschild met daarnaast: Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Beeldtekst: Meer weten? Kijk op omgevingswet.pleio.nl.)

DE LEVENDIGE MUZIEK SPEELT VERDER EN STOPT DAN