Liesbeth Schippers over vertrouwen: geregisseerde eigen verantwoordelijkheid

Vertrekpunt van de Omgevingswet is vertrouwen. Over en weer. Tussen de overheid, de markt, burgers, bedrijven en andere overheden.

Inhoud college

Een wet kan de basis vormen voor meer vertrouwen door minder regels te stellen. En een uitnodigend stelsel met bewegingsvrijheid die geregisseerde eigen verantwoordelijkheid mogelijk maakt. Bijvoorbeeld door uitnodigingsplanologie voor gebiedsontwikkeling door initiatieven die zich aandienen. Dit vraagt bestuurlijke durf, loslaten en het nemen van risico's zonder dat je de afloop weet. Waarbij de overheid de doelen bepaalt en de markt, burgers en bedrijven ze onder toeziend oog van de overheid uitvoeren.

(Naast een viaduct staat een windturbine te draaien. Aan de oever van een rivier ligt een zeilboot. Beeldtitel: Kijk op de Omgevingswet. Een vrouw staat bij een flip-over. Beeldtekst: Kijk op de Omgevingswet. Liesbeth Schippers over vertrouwen. Iemand slaat een filmklapper dicht.)

LEVENDIGE MUZIEK

LIESBETH SCHIPPERS: Het vertrekpunt van de Omgevingswet is vertrouwen.

Vertrouwen van de overheid in de markt dat die verantwoordelijkheid neemt voor het realiseren van de beleidsdoelen en die ook waarmaakt.

En vertrouwen van de markt in de overheid dat die een stapje terugdoet zich niet meer zo veel bemoeit en ruimte geeft voor privaat handelen.

Vertrouwen van de overheid in de burgers en bedrijven dat zij proactief zorg voor hun leefomgeving tonen.

En vertrouwen van de bedrijven en de burgers in de overheid dat hun belangen niet onder het tapijt geveegd worden.

En, dat is misschien nog wel het meest logisch het vertrouwen van andere overheden in de overheid.

Dat hoort er al te zijn maar toch loopt daar in de praktijk nog weleens wat verkeerd.

Heel veel vertrouwen tussen heel veel partijen en de vraag is dan: hoe krijg je dat nu van de grond?

(Ze kijkt op haar papieren.)

Verbeter de wereld, begin bij jezelf.

En dat zal de wetgever gedacht hebben toen hij begon aan het huzarenstukje van een allesomvattende Omgevingswet.

Maar hoe kan een wet de basis bieden voor vertrouwen?

In ieder geval door niet met meer regels te komen, maar met minder regels door niet een star bolwerk van bepalingen op te tuigen waar je je lekker achter kunt verschuilen maar door een uitnodigend stelsel dat veel bewegingsvrijheid geeft.

En zo ontstond een nieuw verantwoordelijkheidsmodel de geregisseerde eigen verantwoordelijkheid.

De overheid formuleert de doelen en de markt en de burgers en de bedrijven voeren ze uit en de overheid toetst en sanctioneert vervolgens weer.

Dat is wel van groot belang, 'high trust, high penalty' want anders komt er helemaal niets van terecht.

Kortom, van zorgen voor naar zorgen dat.

Van nee, tenzij naar ja, mits.

Van veel opschrijven naar weinig opschrijven.

En in het begin ligt natuurlijk de nadruk op die overheid en dat wordt dan de omgevingsvisie.

Daar komen de doelen in grote lijnen tot uitdrukking.

En die worden luchtig omschreven, er is ruimte voor veel invulling en ze komen ook niet zomaar uit de lucht storten.

Er is een brede afstemming voorafgaand met de omgeving en met de markt zodat de creatieve ideeën van de markt en de bijzondere visies van de omgeving ook tot hun recht komen.

Het zijn breed gedragen doelen op die manier en geen dichtgetimmerde visies die ieder initiatief onmiddellijk in de weg staan geen harnas, maar meteen bewegingsvrijheid en de marktpartijen kunnen daarmee meteen die basis voelen om dat vertrouwen te pakken.

Want vertrouwen geven is vertrouwen krijgen.

En de omgeving wordt gezien en gekend, en dat is van belang want je kan als overheid nog wel zo veel vertrouwen hebben in de markt en omgekeerd, maar als de burgers en de bedrijven zich daar niet goed bij voelen, dan strandt een project vroeger of later toch.

Ik denk dat in het vormgeven van het vertrouwen nog wel de grootste rol is weggelegd voor het omgevingsplan want daar gebeurt het, dat biedt de basis voor de concrete ontwikkelingen.

En daar ging het in het verleden ook vaak fout door de van bovenaf alles vastleggende overheid, risicomijdende overheid en weinig ruimte voor welk initiatief dan ook.

En in dat omgevingsplan komt de zogenoemde uitnodigingsplanologie tot uitdrukking.

Gebiedsontwikkeling wordt niet meer van bovenaf vastgesteld maar die vult als het ware in door de initiatieven die zich aandienen.

Geen footprint, maar gewoon schuivende panelen afhankelijk van wat er langskomt bij het lokaal bestuur.

En natuurlijk is een nieuwe wet alleen niet genoeg om de omwenteling te faciliteren van wantrouwen en veel regels naar vertrouwen en weinig regels.

Nee, daarvoor is nodig dat men vertrouwen heeft in het feit dat het lokale bestuur verstandige afwegingen gaat maken.

Verander de wereld, begin bij jezelf. Dat geldt ook hier.

Iemand moet de eerste stap zetten voor dat vertrouwen en dat gaat niet de markt zijn en dat gaan ook niet de burgers en de bedrijven zijn.

Nee, de overheid zal heel overtuigend die eerste stap moeten zetten.

En dat is de bestuurlijke durf, de durf om los te laten de durf om risico's te nemen, de durf om een avontuur aan te gaan waarvan je de afloop niet weet.

Die bestuurlijke durf zal je moeten gaan zien en daar hoeft helemaal niet mee gewacht te worden totdat de Omgevingswet er is want de experimentele instrumenten die nu al in de Crisis- en herstelwet staan die maken het heel goed mogelijk om nu al duidelijke bestuurlijke durf te tonen en dat vertrouwen te geven aan de markt.

En een mooi voorbeeld daarvan is de gemeente Zaanstad het Hembrugterrein, 43 hectare, 18 hectare bos, oud-defensieterrein en prachtig geschikt om daar een duurzame, gemengde ontwikkeling op te realiseren. Van horeca tot bedrijvigheid tot maatschappelijke doeleinden tot woningen.

Maar juist die woningen heeft dat project jarenlang stil laten leggen want men dacht: dat gaat niet vanwege de milieucontouren die daar ook op liggen vanwege Schiphol, vanwege het naastgelegen bedrijventerrein.

En die milieucontouren, in wezen komt dat neer op geluidbelasting en dat valt niet te combineren met woningen, dacht men.

Maar nu komen ze er dan toch en dat gebeurt met toepassing van het omgevingsplan avant la lettre.

Dat is het plan, de Crisis- en herstelwet het verbrede bestemmingsplan, dat het mogelijk maakt om tijdelijk van normen af te wijken.

En dat betekent in de praktijk dat je zegt: Die woningen kunnen er komen de geluidbelasting die er is, kan voorlopig blijven.

Natuurlijk is dat eindig, dus op een zeker moment moet er een aanvaardbaar geluidklimaat ontstaan en in de periode daartussen ga je zorgen dat dat op een goede manier wordt opgelost.

Het zal duidelijk zijn dat ik alle vertrouwen heb in de geregisseerde eigen verantwoordelijkheid.

Ik mis alleen één stukje vertrouwen dat nergens wordt genoemd en dat er naar mijn idee toch moet zijn en cruciaal is namelijk het vertrouwen tussen de markt en de burger en de burger en de markt.

Want dit vindt u nergens in de toelichtingen op de wet, maar dit moet wel.

Daar waar de overheid van plan is terug te gaan treden de verantwoordelijkheid te leggen bij de markt daar moeten de markt en de burger elkaar rechtstreeks gaan vinden.

Dus dat maakt voor mij het bolwerk van vertrouwen rond.

Vertrouwen als basis voor ruimtelijke ontwikkelingen.

Dat is waar de Omgevingswet voor staat en ik heb in ieder geval het volste vertrouwen dat dat ook gaat lukken.

(Het Nederlandse wapenschild met daarnaast: Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Beeldtekst: Meer weten? Kijk op omgevingswet.pleio.nl.)

DE LEVENDIGE MUZIEK SPEELT VERDER EN STOPT DAN