Hans Alders 'Integrale aanpak betaalt zich altijd uit'

Een van de kernpunten van het wetsvoorstel Omgevingswet is een integrale aanpak bij plannen en projecten in de fysieke leefomgeving.

Inhoud college

Vroegtijdig alle relevante elementen meewegen vergroot de kwaliteit van de besluitvorming en het draagvlak, zo is de ervaring van voormalig minister van milieu Hans Alders. Beleidsmakers worden regelmatig verrast door creatieve oplossingen van meedenkende belanghebbenden waar ze zelf niet aan hadden gedacht.

Alders noemt als voorbeelden van een integrale aanpak zijn ervaringen bij de uitbreiding van Schiphol en de realisatie van de Tweede Maasvlakte. En een samenhangende aanpak geldt zeker niet alleen voor grote projecten, aldus Alders.

(Naast een viaduct staat een windturbine te draaien. Aan de oever van een rivier ligt een zeilboot. Beeldtitel: Kijk op de Omgevingswet. Een man loopt door een werkkamer. Beeldtekst: Kijk op de Omgevingswet. Hans Alders over samenhang. Iemand slaat een filmklapper dicht.)

LEVENDIGE MUZIEK

HANS ALDERS: De Omgevingswet heeft als centraal uitgangspunt aan de voorkant het verbinden van alle belangen van alle belanghebbenden.

Een grote zin, in de zin van als je je probeert voor te stellen wat het betekent maar in planvorming zijn we toch gewend om met elkaar te kijken welke elementen er spelen.

Misschien te vaak in het verleden dat we eenzijdig naar een element hebben gekeken maar iedereen weet dat je alleen via de samenhang tot oplossingen kunt komen.

Kijk naar Schiphol, je kunt niet alleen maar kijken naar de landings- en startbanen naar de parkeervelden, naar de gebouwen die er staan.

Het heeft een geweldige impact op de leefomgeving.

Vanwege het geluid, vanwege de verkeersinfrastructuur.

Al die dingen hebben een samenhang.

Wie echt een plan wil maken voor zo'n omgeving zal moeten kijken naar de economische impact daarvan en aan de andere kant moeten begrijpen dat de impact op de leefomgeving gigantisch groot is.

Dat geldt voor de bewoners naar Schiphol toe die zich heel goed bewust zijn van die economische betekenis maar ook voor alle mensen op Schiphol die moeten begrijpen wat hun invloed is op die leefomgeving.

Door dat in samenhang met elkaar te bezien daardoor ontstaat de situatie dat we plannen gaan maken die ook een veel groter draagvlak hebben.

Uit alle ervaringen van de afgelopen jaren blijkt dat mensen aanspreken op hun verantwoordelijkheid, op hun belang dat mensen daardoor in staat zijn om mee te gaan denken over hoe die verhouding moet zijn, hoe die balans gevonden wordt hoe je betere oplossingen kunt vinden.

En het verrassende van dit soort processen is vaak dat mensen aan de beleidskant ontdekken dat door belanghebbenden die plaats te geven dat er oplossingen komen, dat er suggesties komen waar we aan de tekentafel helemaal niet over nagedacht hebben.

En dat vertaalt zich in betere plannen en in een veel groter draagvlak.

Wie kijkt naar de Tweede Maasvlakte realiseert zich dat het niet alleen gaat over het Rijk, de provincie, de gemeente Rotterdam maar dat het ingepast moet worden in die totale omgeving heel veel gemeenten, heel veel groeperingen maar niet alleen op land, ook op zee.

Door die belangen met elkaar in samenhang te brengen en er aandacht aan te besteden zorgt ervoor dat de juiste antwoorden worden gevonden maar draagt ook heel sterk bij aan het draagvlak dat voor dit soort plannen noodzakelijk is.

Gaat het uiteindelijk alleen maar over hele grote plannen in de ruimtelijke ordening?

Nee, leefomgevingen van mensen worden bepaald door de plekken waar ze wonen in hun gemeente, in de kernen in de gemeente, in dorpen die er zijn.

En mensen hebben opvattingen over hoe daar de activiteiten zich ten opzichte van elkaar zullen moeten verhouden.

Elke investering aan de voorkant elke investering om belangen inzichtelijk te maken om die met elkaar in evenwicht te brengen om de feiten eronder met elkaar te delen zorgt ervoor dat we beter beleid creëren met elkaar en belanghebbenden hebben daar een hele grote invloed op en vaak komen die met hele goede ideeën.

Maar het draagt ook bij aan het draagvlak dat uiteindelijk zo belangrijk is voor plannen.

Ik weet dat gemeenten zich verzet hebben tegen het idee dat zij ook omgevingsvisies moeten maken.

Maar die omgevingsvisies zijn nou net de mogelijkheid om aan de voorkant met elkaar te kijken: hoe ziet het hier eruit?

Hoe vinden we de balans? Waar zijn die belangen?

Wat zijn de feiten? Wat is beïnvloedbaar?

Waar kunnen we tot verbeteringen komen en waar kunnen we ogenschijnlijk tegenstrijdige belangen met elkaar in evenwicht brengen?

De praktijk laat zien dat we betere plannen daarna maken en dat we vooral ook een veel groter draagvlak hebben.

En het laat ook zien dat er flexibiliteit ontstaat.

Bijvoorbeeld, rond Schiphol is gezegd binnen de 20 Ke, een geluidszone, geen grootschalige woningbouw.

Kleine inbreidingsplannetjes kan, maar vandaag praten we over transformatie kantoorgebouwen die niet meer gebruikt worden die bijvoorbeeld een woonfunctie zouden kunnen krijgen.

Die ruimte hebben we niet dan heb je dus aan de voorkant onvoldoende ruimte gemaakt onvoldoende flexibiliteit ingebouwd om zowel in planvorming als in het besturen ermee om te gaan.

En omgekeerd, als je te maken krijgt met krimp dan zul je anders naar de ruimte kijken anders naar die ruimtelijke invulling kijken, dan moet je soms dingen weghalen.

Iets waar we helemaal niet goed in zijn.

Door die planvorming op die manier in te richten creëren we een groter draagvlak maar vooral ook voor gemeentebesturen veel meer ruimte om te besturen want flexibiliteit is daar onderdeel van.

De Omgevingswet haalt het naar voren, de afweging aan de voorkant en één ding is zeker: dat betaalt zich uit tijdens de uitvoering.

(Het Nederlandse wapenschild met daarnaast: Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Beeldtekst: Meer weten? Kijk op omgevingswet.pleio.nl.)

DE LEVENDIGE MUZIEK SPEELT VERDER EN STOPT DAN