Fred Hobma over onderzoekslasten en digitalisering

Vermindering van onderzoekslasten onder meer door digitalisering. Dat is wat de Omgevingswet beoogt. Fred Hobma, universitair hoofddocent Bouwrecht van de TU Delft, ziet daarvoor kansen. Volgens hem zijn veranderingen ook nodig om tijd en geld te besparen.

Inhoud college

Door de jaren heen zijn er veel (wettelijke) onderzoeksverplichtingen gekomen voor onderwerpen als geluid, bodem, flora en fauna en geluid. Dat maakt adequaat inspelen op de veranderende vraag onmogelijk. Zo duurde het in de jaren zeventig 14 maanden voordat een bouwproject kon starten; inmiddels is dat 70 maanden. En om problemen bij de rechter te voorkomen wordt heel veel extra onderzoek gedaan, met bijbehorende kosten. Het verplaatsten van een dassenpaar op de Veluwe kosten door dit risco-voorkomend onderzoek 75.000 euro per das. Hobma vindt het goed dat het wetsvoorstel Omgevingswet onderzoek alleen verplicht wanneer het noodzakelijk is voor besluitvorming. Ook ziet hij versnelling en daling van kosten door gebruik van een quick scan en vuistregels. Het centraal beschikbaar stellen van gegevens kan ook kosten besparen. Nu is best veel aanwezig maar vaak niet goed vindbaar of bruikbaar. Sterk inzetten op digitale informatievoorziening noemt Hobma een wenkend perspectief.

(Naast een viaduct staat een windturbine te draaien. Aan de oever van een rivier ligt een zeilboot. Beeldtitel: Kijk op de Omgevingswet. Een man in een collegezaal. Beeldtekst: Kijk op de Omgevingswet. Fred Hobma over onderzoekslasten en digitalisering. Iemand slaat een filmklapper dicht.)

LEVENDIGE MUZIEK

FRED HOBMA: Ik wil graag twee met elkaar samenhangende onderwerpen uit de Omgevingswet belichten: onderzoeksverplichtingen en digitalisering.

Eerst de onderzoeksverplichtingen.

Het omgevingsrecht is in de tweede helft van de vorige eeuw geleidelijk gegroeid.

In de loop der tijd zijn allerlei onderwerpen aangeschakeld.

Vaak elk met eigen onderzoeksverplichtingen.

Denk aan de Wet geluidhinder, denk aan de Wet bodembescherming denk aan het onderzoek naar flora en fauna, lucht en ook geluid.

(Hij kijkt in z'n notities.)

Op zichzelf heel goed, want belangrijke waarden zijn in het geding.

Denk aan gezondheid, aan natuur en cultuurbezit.

Maar het geheel heeft ook bijeffecten. Ik noem er twee: geld en tijd.

Eerst de tijd. Laatst las ik een onderzoek waarin stond dat het in de jaren zeventig veertien maanden duurde voordat er met een woningbouwproject begonnen kon worden.

Inmiddels is dat opgelopen tot zeventig maanden.

En dat werd voor een belangrijk deel toegerekend aan de verplichte onderzoeken die natuurlijk in die loop der jaren gegroeid zijn.

Maar als de voorbereiding van een besluitvorming zo lang duurt dan kunnen gemeente en ontwikkelaar, in dit geval bij woningbouw nooit adequaat reageren op een veranderende vraag.

(Hij raadpleegt z'n notities.)

Tweede punt: geld. Het vereiste onderzoek kost tamelijk veel geld.

Voor een deel is dat geld van de overheid, dus van de belastingbetaler.

Denk aan het geld dat gemoeid is met het onderzoek ter voorbereiding van bestemmingsplannen.

Voor een deel is het ook privaat geld, van de investeerder.

Denk aan het onderzoek dat naar de bodem gedaan wordt.

In beide gevallen moet dat geld efficiënt worden besteed.

Dat geldt sowieso voor belastinggeld maar het geldt ook voor het geld van de investeerder want de kosten worden doorberekend in het eindproduct.

Een voorbeeld van een project waarbij de onderzoeksverplichtingen niet efficiënt werden gevonden, kunnen we treffen in Eindhoven.

Daar was een industriegebied dat voor transformatie naar een multifunctioneel woon- en werkgebied in aanmerking kwam.

In het gebied is ook spoorlawaai en industrielawaai en de wetgeving, vond de gemeente, dwong ertoe om eigenlijk al in een heel vroeg stadium op detailniveau, per gebouw, het geluid in kaart te brengen.

Nu is het punt met transformatieprojecten dat die langdurig zijn en ook dat de plannen wijzigen.

Dat betekende dat telkens weer opnieuw gedetailleerde geluidsberekeningen moesten worden gemaakt.

Dat werd als inefficiënt ervaren.

Onderzoek wordt dan nog 's extra duur als partijen proberen om zo veel mogelijk onderzoek te doen om te voorkomen dat een rechter het als onvoldoende zou kwalificeren.

Ook dat gebeurt en zou beter moeten.

Een voorbeeld daarvan treffen we aan op de Veluwe waar in een gebied plots een dassenpopulatie werd gevonden wat aanvankelijk niet bleek uit de eerdere onderzoeken maar die dassen hadden zich naar het gebied verplaatst.

Gevolg was dat de gemeente toch wel in een kramp schoot.

Ze deed extra veel onderzoek om maar te voorkomen dat een rechter dat onderzoek als onvoldoende zou kwalificeren waarmee dat belangrijke woningbouwproject in gevaar zou komen.

Uiteindelijk zijn de dieren voor 75.000 euro per stuk verplaatst.

De afgelopen jaren is er met de Crisis- en herstelwet wel het een en ander verbeterd.

Denk aan de houdbaarheid van de gegevens. Maar er is meer nodig en de Omgevingswet biedt in dat opzicht perspectief.

Het is, denk ik, goed dat de Omgevingswet als uitgangspunt heeft genomen dat het overleggen van onderzoeksresultaten aan het bevoegd gezag alléén wordt voorgeschreven waar dat noodzakelijk is voor de besluitvorming.

In de memorie van toelichting wordt dat de 'reële informatiebehoefte' genoemd.

Maatwerk is mogelijk, waarbij de hoeveelheid informatie en het detailniveau wordt aangepast aan de fase waarin het project verkeert.

Een 'quickscan' kan nuttig zijn in dat opzicht, denk ik vuistregels om in de vroege fase van het project op hoofdlijnen inzicht te krijgen in allerlei milieufactoren en later, als waarschijnlijk de plannen wat veranderd zijn nadere en gedetailleerdere onderzoeken.

Het tweede onderwerpje: de digitalisering.

Van onderzoeksverplichtingen naar digitalisering is eigenlijk maar een kleine stap.

Immers, als centraal goede gegevens beschikbaar zijn kan dat onderzoekskosten voor individuele plannen en projecten besparen.

Het aspect geld, waar we het al eerder over hadden maar het kan natuurlijk ook tijd besparen een ander aspect waar we het eerder over hadden.

Op dit moment zijn eigenlijk best veel gegevens over de fysieke leefomgeving beschikbaar maar gebruikers, met name gemeenten vinden dat die toch vaak niet goed te vinden zijn en niet altijd even gemakkelijk bruikbaar.

Goede informatievoorziening vanuit één punt is belangrijk.

Dat heeft ook het RIVM geconcludeerd.

De Omgevingswet zet, ik denk terecht, sterk in op verbetering van de digitale informatievoorziening.

De memorie van toelichting noemt in dat verband de 'laan van de leefomgeving' een laan met verschillende informatiehuizen bijvoorbeeld een voor geluid en lucht en bodem.

Allemaal aangesloten op diezelfde laan waarlangs die informatie ontsloten kan worden.

Wat mij betreft een wenkend perspectief van de Omgevingswet.

(Het Nederlandse wapenschild met daarnaast: Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Beeldtekst: Meer weten? Kijk op omgevingswet.pleio.nl.)

DE LEVENDIGE MUZIEK SPEELT VERDER EN STOPT DAN