Flip ten Cate over ruimtelijke kwaliteit

De goede omgevingskwaliteit die de Omgevingswet beoogt, is gericht op een gezonde en veilige leefomgeving. Omgevingskwaliteit is moeilijk te meten, stelt Flip ten Cate, directeur van de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit.

Inhoud college

Het gaat om aangenaam wonen, werken en leven op plekken waar je je prettig voelt. Dat kun je niet meten, maar je kunt het wel weten, stelt Ten Cate. Het heeft niet alleen waarde voor het individu, het is ook van nationaal belang omdat omgevingskwaliteit invloed heeft op het welzijn van mensen en het behoud van de waarde van gebouwen en bedrijven. De Omgevingswet geeft meer ruimte om af te wijken van de normen. Waardoor het ook mogelijk wordt te werken op plekken die bijvoorbeeld niet aan de geluidsnormen voldoen maar waar veel positiefs tegenover staat. De meerwaarde van het project wordt dan gekoppeld aan wat de gemeenschap graag wil en wat door de gemeente is vastgelegd in bij voorkeur een omgevingsvisie. Waardoor getoetst kan worden of het iets toevoegt aan de omgevingskwaliteit en daarmee aan de kwaliteit van de samenleving.

(Naast een viaduct staat een windturbine te draaien. Aan de oever van een rivier ligt een zeilboot. Beeldtitel: Kijk op de Omgevingswet. Een man in een kantoor. Beeldtekst: Kijk op de Omgevingswet. Flip ten Cate over ruimtelijke kwaliteit. Iemand slaat een filmklapper dicht.)

LEVENDIGE MUZIEK

FLIP TEN CATE: We zitten hier op een kantoorgebouw in het hartje van Amsterdam.

Aan de rand van de Jordaan, op een schitterende plek heel bereikbaar, vlak bij het Centraal Station.

En dit is een plek, ruimtelijk goed vormgegeven, goed ontworpen.

Iedereen zou hier wel willen zitten.

Er is één nadeel, dat krijg je zo direct te horen we zitten hier onder, echt pal onder de spoorbaan.

Dus er rijden treinen overheen.

Het schoolvoorbeeld van een plek met een goeie ruimtelijke kwaliteit en met dat nadeel van dit spoorweglawaai.

Misschien is dat lawaai wel zodanig dat je hier niet mág zitten op basis van de normen van de Wet geluidhinder.

Iedereen snapt dat, als je hier wilt werken dat het niet zo erg is dat die normen er zijn.

Je neemt genoegen met dat lawaai omdat er zo veel dingen tegenover staan die de kwaliteit van werken hier geweldig maken.

Dat denken is het denken dat ten grondslag ligt aan de Omgevingswet.

Die zorgt ervoor dat er niet meer gedacht wordt van: dit is een plek voor het spoor dat is een plek voor woningen en dat is een plek voor kantoren en die drie komen nooit samen.

Nee, de werkelijkheid van de samenleving is dat je dat niet zo apart kan beschouwen en dat je juist moet zoeken naar meervoudig ruimtegebruik naar het gebruik van ruimtes op diverse manieren.

De samenleving is zo ingewikkeld dat je dat niet op kán knippen.

De Omgevingswet gaat over een goede omgevingskwaliteit en over gezondheid en over veiligheid.

Als je het hebt over een goede omgevingskwaliteit dan is dat eigenlijk iets wat je moeilijk meten kan.

Het gaat namelijk over aangenaam wonen het gaat over een plek waar je je kinderen graag wilt laten opgroeien het gaat over een plek waar je je als ondernemer optimaal kan ontplooien.

Kortom, over plekken waar je je prettig voelt.

Dat kan je niet meten of je je prettig voelt maar je kan het wel weten en het is ook van groot belang.

Het is een nationaal belang, omgevingskwaliteit.

Nationaal belang omdat het gaat over economische waarde het gaat over het behoud van de waarde van gebouwen en het gaat over welzijn het gaat over het prettig voelen van mensen op de plek waar ze leven.

De Omgevingswet legt dat onderwerp 'omgevingskwaliteit' gelukkig vast.

Dus dat is uitstekend dat die wet daar ruimte voor biedt.

En hoe gaat dat dan?

De beslissing over of de vraag of een initiatief gehonoreerd moet worden of niet, ligt bij de wethouder en die heeft meer ruimte om af te wijken van de normen.

Vroeger was het zo: de normen zijn absoluut en als je komt met een initiatief, dan is er een ambtenaar die gaat kijken van: mag dit hier wel? en die vinkt alle lijstjes af met belemmeringen voor een bepaald project.

In de toekomst zal het zo zijn dat gekeken wordt of dat project een maatschappelijke meerwaarde heeft of het iets toevoegt aan de kwaliteit van de samenleving.

En dan wordt dus de kwaliteit die zo'n ondernemer of een initiatiefnemer heeft bij een bepaald project gekoppeld aan de kwaliteit die je als gemeenschap daar graag zou willen.

En wat is dat dan, de kwaliteit die een gemeenschap ergens wil?

Ja, daar heb je dan in de gemeenteraad over gesproken en dat heb je in een omgevingsvisie vastgelegd.

Daar heb je gezegd, wat zijn nou de geweldige kwaliteiten die we hier hebben en wat zijn de wensen die we hier nog hebben waar een particulier initiatief eigenlijk een bijdrage aan kan leveren?

Zo'n omgevingsvisie is nu in de wet niet verplicht.

Ik vind dat een vergissing.

Het is onbestaanbaar dat die wet goed kan functioneren dat de gemeente de afwegingsruimte die ze krijgt, ook goed kan gebruiken als je daar niet een visie onder gelegd hebt, als je niet weet waar je aan toe bent.

En dat is niet het enige.

Wat die wet ook nog zou moeten regelen, is dat er een verplicht gesprek gevoerd wordt.

Je moet het echt met elkaar hebben over: wat is die kwaliteit dan en hoe kunnen we die kwaliteit optimaliseren en verbeteren?

Dan zijn dus niet meer de normen absoluut, maar het gaat over het proces het gaat over het gesprek dat je voert met elkaar over: hoe kan je die kwaliteit die jij als initiatiefnemer graag wilt samenbrengen met de kwaliteit die de gemeenschap ook van je verwacht.

Visie en het organiseren van die gesprekken over kwaliteit als dat nog in die Omgevingswet geregeld wordt dan zorg je ervoor dat de wethouder op een verantwoorde manier een besluit kan nemen over maatschappelijke meerwaarde van een initiatiefnemer. Als dat in die wet geregeld wordt dan zijn we klaar voor de rest van de 21ste eeuw.

(Het Nederlandse wapenschild met daarnaast: Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Beeldtekst: Meer weten? Kijk op omgevingswet.pleio.nl.)

DE LEVENDIGE MUZIEK SPEELT VERDER EN STOPT DAN