Aanvullingswet grondeigendom door Eerste Kamer aangenomen

De Eerste Kamer heeft op 10 maart 2020 het wetsvoorstel Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet aangenomen. De Tweede Kamer had op 17 oktober 2019 al met dit wetsvoorstel ingestemd

De Aanvullingswet grondeigendom vult de Omgevingswet aan met regelingen voor het voorkeursrecht, onteigening, de inrichting van het landelijk gebied en kavelruil. Ook bevat het wetsvoorstel regels over verhaal van kosten die de overheid maakt voor het aanleggen van publieke voorzieningen. Verder bevat de Aanvullingswet regels over een financiële bijdrage aan ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente. 

In de Eerste Kamer hebben de fracties van de CDA, D66, PvdA, ChristenUnie, SGP, OSF, FVD, VVD en 50PLUS voor het wetsvoorstel gestemd. PVV, GroenLinks, SP, PvdD en Fractie-Otten stemden tegen. Door het aannemen van de Aanvullingswet grondeigendom door de Eerste Kamer, is een volgende stap gezet op weg naar inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Samenbrengen en uniformeren

Met de Aanvullingswet zijn de regels over grondeigendom in de Omgevingswet geïntegreerd en waar mogelijk geüniformeerd, zodat deze beter op elkaar zijn afgestemd en het gebruik daarvan inzichtelijker wordt. Dit nodigt uit tot een meer samenhangende inzet van de verschillende instrumenten.

Nieuw ten opzichte van de huidige wetgeving

Op een aantal punten wijzigt de Aanvullingswet de regels ten opzichte van de huidige wetgeving.
Zo is de onteigeningsprocedure gemoderniseerd. In plaats van goedkeuring van onteigening bij Koninklijk Besluit, neemt een bestuursorgaan zelf het onteigeningsbesluit dat moet worden bekrachtigd door de bestuursrechter.   

Het wetsvoorstel bevat ook regels over het verhalen van kosten die de overheid maakt voor het aanleggen van publieke voorzieningen, zoals wegen, riolering, straatverlichting, groenvoorzieningen, trottoirs en lantaarnpalen. Deze regels zijn zo vormgegeven dat kosten ook kunnen worden verhaald als een gebied organisch wordt ontwikkeld of de regie van de ontwikkeling meer aan initiatiefnemers wordt gelaten. Hierdoor kan de overheid inspelen op huidige en toekomstige ontwikkelingen, zoals op het gebied van de woningmarkt.

De Aanvullingswet bevat ook een regeling voor een publiekrechtelijk afdwingbare financiële bijdragen voor nieuwe ontwikkelingen in een gemeente. Dat is een nieuwe regeling die door de Tweede Kamer aan de Aanvullingswet is toegevoegd. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan bijdragen voor de aanleg van nieuwe infrastructuur, zoals de aanleg van een nieuwe rondweg of de aanleg van recreatievoorzieningen, zoals de aanleg van een stadspark.

Aanvullingsbesluit grondeigendom

De Eerste Kamer heeft tegelijkertijd de voorhangprocedure van het ontwerp voor het Aanvullingsbesluit grondeigendom afgerond. Dat besluit werkt op een aantal onderdelen de Aanvullingswet uit. Het Aanvullingsbesluit bevat bijvoorbeeld regels over de inhoud en vormgeving van een onteigeningsbeschikking. Het Aanvullingsbesluit wordt op korte termijn voor advies aan de Raad van State aangeboden.

Aanvullingsregeling

Naast de Aanvullingswet en het Aanvullingsbesluit, bestaat het aanvullingsspoor grondeigendom ook uit de Aanvullingsregeling grondeigendom. Deze regeling bevat bijvoorbeeld eisen voor het aanvragen van een onteigeningsbeschikking en de berekening van de kosten die de overheid in rekening kan brengen bij de initiatiefnemer voor het maken van plannen (zogenoemde plankosten). De internetconsultatie van de Aanvullingsregeling is afgerond. De reacties worden op dit moment verwerkt.

Aanvullingswetten

De Aanvullingswet grondeigendom is één van de vier aanvullingswetten die bij de Omgevingswet horen. De andere drie aanvullingswetten gaan over bodem, geluid en natuur. De Aanvullingswetten bodem en geluid zijn al aangenomen door de Eerste Kamer. Het wetsvoorstel voor de Aanvullingswet natuur is nog in behandeling. De aanvullingswetten maken onderdeel uit van de stelselherziening van het omgevingsrecht (de Omgevingswet). Door het aannemen van de Aanvullingswet grondeigendom door de Eerste Kamer, is een volgende stap gezet op weg naar inwerkingtreding van de Omgevingswet.