Blog | Een wet die het verschil maakt

Rosemarie Bastianen, programmadirecteur Eenvoudig Beter

Het team van Eenvoudig Beter is blij met de zomermijlpalen van de Omgevingswet: de (aankomende) publicatie van de vier AMvB’s in het Staatsblad en de verzending van het voorstel voor de Invoeringswet naar de Tweede Kamer. Ook het voorstel voor de Aanvullingswet natuur van de collega’s van LNV ligt bij de Kamer. En het Aanvullingsbesluit bodem van de IenW-collega’s gaat in consultatie. Wát een voortgang!

Dit alles is mede gelukt door de inzet vanuit de uitvoeringspraktijk. De tijd en denkkracht die vanuit de uitvoeringspraktijk in de stelselherziening worden gestoken waardeer ik zeer. We hebben elkaar nodig om een uitvoerbaar stelsel te maken. En de experimenten en pilots met de instrumenten en mogelijkheden uit de Omgevingswet accelereren. Dat is ook goed nieuws, want het betekent dat er veel behoefte aan is en veel geoefend en geleerd wordt, in voorbereiding op de inwerkingtreding.

Still going strong! We gaan van deze stelselherziening veel merken in de praktijk. Ik zou hier graag uitputtend de winstpunten opsommen, maar laat ik mij toch beperken. Een bloemlezing, mét een aantal voorbeelden van toepassing in de praktijk.

  • Meer regie voor de initiatiefnemer: Steeds meer vergunningstelsels gaan op in de omgevingsvergunning. Initiatiefnemers hebben vaker maar één vergunning nodig, kunnen zelf bepalen in welke volgorde ze meerdere vergunningen aanvragen en krijgen sneller duidelijkheid. Niet langer hoeven bepaalde vergunningen samen te worden aangevraagd. Daardoor kan de initiatiefnemer zekerheid krijgen of iets is toegestaan vóór hij kosten maakt voor gedetailleerde uitwerkingen. De gemeente Bergen op Zoom experimenteert met het loslaten van de onlosmakelijke samenhang tussen de bouwactiviteit en de milieuactiviteit en is positief over de besparing in tijd en geld.
  • Meer ruimte voor ontwikkeling: De Omgevingswet draagt bij aan organische gebiedsontwikkeling door het schrappen van de plicht om periodiek het omgevingsplan te actualiseren, door de eis te laten vallen dat nieuwe functies binnen tien jaar verwezenlijkt moeten zijn en door het versoepelen van de regeling voor grondexploitatie. Vooruitlopend op de Omgevingswet is onlangs de verplichting om de huidige bestemmingsplannen te actualiseren geschrapt. Diverse gemeenten experimenteren al met een ruime planperiode van 20 jaar. Dit maakt het makkelijker om aan te tonen dat het plan uitvoerbaar is. Voorbeelden hiervan zijn: Almere met de Floriade, Weesp met de Bloemendalerpolder, Noord-Brabant met Logistiek park Moerdijk en Urk met Schokkerhoek.
  • Duurzaamheid en innovatie: De Omgevingswet richt zich op de zorg voor de leefomgeving en duurzame ontwikkeling. De wet biedt daartoe de generieke regeling voor gelijkwaardigheid (je kunt een eigen oplossing kiezen, mits aantoonbaar gelijkwaardig aan de standaardmethode), ruimte voor vernieuwend aanbesteden in het projectbesluit en een experimenteerbepaling voor specifieke projecten. Onder de Crisis- en herstelwet zijn er diverse experimenten met innovatieve technieken. Denk aan collectieve waterzuivering in de glastuinbouw en duurzaam beheer van stortplaatsen, duurzaam bouwen (bijvoorbeeld ecodorp Boekel) en experimenten met regels en procedures (bijvoorbeeld voor de aanleg van mini-windturbines).
  • Kwaliteit door samenhang: Onder de Omgevingswet vervallen veel schotten tussen sectorale regels en ontstaat meer samenhang. Met één omgevingsvisie en één omgevingsplan ontstaat focus in het overheidsoptreden. De gemeente Assen integreert nu al de verordeningen voor het TT-terrein. Ook de gemeenten Soest, Deventer, Borsele experimenteren met integratie.
  • Meer afweegruimte en flexibiliteit: De Omgevingswet biedt drie grondslagen voor flexibiliteit in bepaalde situaties. Bestuursorganen mogen ruimere of strengere regels stellen, ze mogen individueel maatwerk bieden en de wet kent de generieke gelijkwaardigheidsbepaling. De Crisis- en herstelwet biedt gemeenten de kans om nu al flexibeler te werken en gebieden die ‘op slot zitten’ los te trekken. Tegelijk doen de gemeenten zo ervaring op met de instrumenten van de Omgevingswet. Al meer dan 150 gemeenten werken inmiddels met het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte en met het gemeentelijk ontwikkelingsgebied. In de Omgevingswet zit overigens ook een experimenteerbepaling.
  • Versnelde en verbeterde besluitvorming: Investeren in participatie aan de voorkant, versnellen aan de achterkant. De beslistermijn voor de Raad van State op projectbesluiten is gemaximeerd op zes maanden. Dat betekent een tijdwinst van zes maanden. De procedure van de milieueffectrapportage wordt meer onderdeel van de voorbereiding van een besluit. Voorts is de hoofdregel dat procedures voor afwijking van het omgevingsplan van gemeenten van zesentwintig naar acht weken gaan. In het Invoeringswetsvoorstel is geregeld dat op verzoek of met instemming van de aanvrager ook de uitgebreide procedure kan worden gevolgd. En sommige gemeenten hebben al uitgebreide ervaring met het nóg sneller afgeven van bepaalde vergunningen: de flitsvergunning. Bijvoorbeeld Boekel, Eindhoven en Heerenveen.
  • Minder onderzoekslasten: Onderzoek voor vergunningaanvragen, een omgevingsplan of verplichte monitoring kan slimmer en goedkoper. Onder de Omgevingswet hoeft onderzoek pas te worden gedaan op het moment dat het nodig is en in de mate waarin dat nodig is (fasering). Het wordt toegespitst op de relevante zaken met significante effecten. En alleen die informatie wordt verzameld die nodig is voor besluitvorming (versobering). Informatie uit onderzoek mag meermaals worden gebruikt voor besluitvorming. Daarvoor wordt informatie beter ontsloten en beschikbaar gemaakt (hergebruik). Meerdere gemeenten experimenteren hier al mee, waaronder Den Haag in de Binckhorst, Almere met Oosterwold, Meijerijstad met het Chv-terrein Veghel, Alphen aan den Rijn met Rijnhaven Oost en Zaanstad met het Hembrugterrein.

Stuk voor stuk zijn dit prachtige winstpunten waarmee de Omgevingswet het verschil kan maken. Het verschil voor de maatschappelijke vraagstukken waar Nederland nu en in de toekomst voor gesteld staat. Dat geeft ons energie om op weg te gaan naar de volgende grote mijlpalen richting 2021: de consultatie van het Invoeringsbesluit en de Omgevingsregeling. En ook nu doen we dat weer graag samen met uitvoeringspraktijk. U hoort van ons!