Over moeten en mogen: expertsessie verordeningen in het omgevingsplan

Welke delen van gemeentelijke verordeningen móeten in een omgevingsplan worden opgenomen? Welke mógen in een omgevingsplan worden opgenomen? En welke níet? Op 20 november ging het ministerie van BZK samen met vertegenwoordigers van gemeenten, bureaus en koepels in een expertsessie op zoek naar de antwoorden.

Het ontwerp van de Invoeringswet Omgevingswet bevat in artikel 2.7 de grondslag om bij Algemene Maatregel van Bestuur gevallen aan te wijzen waarin regels over de fysieke leefomgeving alleen in een omgevingsplan, de waterschapsverordening of een omgevingsverordening mogen worden opgenomen. Ook kunnen gevallen aangewezen worden die juist níet in een van deze verordeningen mogen worden opgenomen. De programmadirectie Eenvoudig Beter werkt aan een voorstel voor de aanwijzing van deze gevallen. Dit zal via het Invoeringsbesluit landen in het Omgevingsbesluit.

Ervaringen delen

Deelnemers aan de expertsessie waren onder meer gemeenten, adviseurs en vertegenwoordigers van Aan de slag met de Omgevingswet. Zij werken nu al aan bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte (de voorloper van het omgevingsplan, mogelijk gemaakt door de Crisis- en herstelwet) en de integratie van decentrale verordeningen op het gebied van de fysieke leefomgeving.

De gemeenten Deventer en Zaanstad deelden hun ervaringen. Zij inventariseerden hun verordeningen, schoonden ze op en verwerkten ze in hun bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Het leeuwendeel van de verordeningen blijkt goed in het plan te verwerken, maar er blijven twijfelgevallen.

Twee varianten

Met die wetenschap gingen de deelnemers in gesprek over twee varianten voor het aanwijzen van de verordeningen die in een omgevingsplan moeten worden opgenomen. Variant 1 is een lijst met onderwerpen of activiteiten die in een omgevingsplan moeten. Variant 2 heeft geen lijst maar wel richtinggevende criteria. De tweede variant kreeg de meeste bijval omdat deze tot samenhang in regels leidt en tegenstrijdigheden en dubbelingen kan voorkomen. Een lijst lokt discussie uit over wat en wel niet in het omgevingsplan moet. Voorstanders van een lijst wijzen op de duidelijkheid die daarvan het gevolg is.

Het laat de complexiteit van het vraagstuk goed zien. De bedoeling van de Omgevingswet is zoveel mogelijk te regelen via het omgevingsplan. Dat heeft immers een integraal karakter. Maar hoe voorkom je een enorme opsomming van verordeningen? En hoe geef je de bestuursorganen voldoende ruimte?

In een kleinere groep wordt verder gedacht over de meest wenselijke variant. Dit gebeurt aan de hand van praktijkvoorbeelden. In februari komt het voltallige gezelschap weer bij elkaar voor een vervolgsessie.