Blog | Wie is bevoegd gezag? In 4 vragen naar het antwoord

Esther Knabben, projectleider Omgevingsbesluit (tot 1 juni 2017)

Na bijna twee jaar projectleiderschap van het Omgevingsbesluit stop ik deze zomer bij de programmadirectie Eenvoudig Beter. Een tijd van afscheid nemen en terugkijken dus. Als ik terugdenk aan de beginperiode was het soms zoeken wat mijn rol was en waar ik over ging. En dat is een mooi bruggetje naar één van de belangrijkste onderwerpen in het Omgevingsbesluit: de regeling wie bevoegd is voor de omgevingsvergunning. Want uiteindelijk wil iedereen toch weten: wie gaat erover? En wie is er verder betrokken?

Hoe kom je er nu achter wie erover gaat? De regels over bevoegd gezag waren voorheen versnipperd over allerlei wetten en besluiten. Zonder inhoudelijk veel te veranderen, hebben we ze nu bij elkaar gezet in één sluitende regeling. Dit maakt het omgevingsrecht gebruiksvriendelijker en voorspelbaarder voor de initiatiefnemer. Geen discussie meer over wie erover gaat. Grote winst dus.

Vier vragen

De Omgevingswet bevat de hoofdregel: de gemeente is bevoegd gezag. De uitzonderingen staan in hoofdstuk 3 van het Omgevingsbesluit. Door voor jezelf antwoord te geven op vier vragen is snel te bepalen welk bestuursorgaan bevoegd gezag is voor een vergunningaanvraag.

  1. Gaat het om een complex bedrijf?
    Valt het bedrijf onder de Richtlijn industriële emissies of Seveso-richtlijn dan geldt een apart regime. Eigenlijk een heel eigen bevoegdgezagregeling, waarbij ook de link met algemene regels uit het Besluit activiteiten leefomgeving wordt gelegd.
     
  2. Wil je een vergunning aanvragen voor één of voor meer activiteiten?
    Een aanvraag voor één of voor meer activiteiten noemen we in het Omgevingsbesluit een enkelvoudige of meervoudige aanvraag. Een vergunning mag voor meer activiteiten gecombineerd worden aangevraagd, maar het hoeft niet. Een initiatiefnemer kan bijvoorbeeld eerst eens bezien of hij een afwijkvergunning krijgt, alvorens een technische bouwvergunning aan te vragen.
     
  3. Is een van de activiteiten een wateractiviteit?
    Water- en niet-wateractiviteiten kunnen niet worden gecombineerd in één vergunning. Dat heeft te maken met de rol van waterschappen. Wil je toch tegelijk een water- en een niet-wateractiviteit ondernemen, dan kun je ze wel tegelijk aanvragen en worden ze in de tijd gecoördineerd. Zo hoef je niet te wachten op het één, alvorens een vergunning te kunnen aanvragen voor het andere.
     
  4. Is een van de activiteiten een magneetactiviteit?
    Voor sommige activiteiten geldt dat het omwille van specifieke kennis of bovenregionale gevolgen of vanwege een provinciaal of nationaal belang doelmatiger is de afweging over de vergunbaarheid van die activiteiten bij een hoger bestuursorgaan dan de gemeente te beleggen. Soms geldt dat alleen bij een enkelvoudige aanvraag voor die activiteit. Soms geldt dat ook als die activiteit onderdeel is van een meervoudige aanvraag. In dat geval noemen we de activiteit een magneetactiviteit: de magneet trekt alle activiteiten die met de magneetactiviteit gecombineerd worden aangevraagd naar het bevoegd gezag voor de magneetactiviteit.

Advies en advies met instemming

Naast dat ik als projectmanager wilde weten waarvoor ik verantwoordelijk was, wilde ik ook weten met wie ik rekening moest houden. Met sommigen ging ik een kop koffie drinken. Dan waren we beiden weer op de hoogte wat er speelde. Met anderen was intensiever contact nodig. Hun belangen moesten goed meegenomen worden, ongeacht wat ik er zelf van vond.

Ook hier is gelijkenis met de bevoegdgezagregeling. Hoe gaat het als je een vergunning aanvraagt voor een activiteit die ook andere partijen raakt? Of als je een gecombineerde vergunning wilt aanvragen voor verschillende activiteiten waarvoor, als ze los worden aangevraagd, twee verschillende bestuursorganen bevoegd gezag zijn?

Voor deze situaties bestaat – net als voorheen – de mogelijkheid van ‘advies’ en ‘advies en instemming’. Voor de afzonderlijke activiteiten wordt hetzelfde beoordelingskader gehanteerd als wanneer deze activiteiten los zouden worden aangevraagd. En bepaalt het bestuursorgaan dat erover gaat mede of de vergunning wel of niet verleend moet worden. Het Omgevingsbesluit regelt precies wie waarover advies mag geven en wanneer ermee moet worden ingestemd of dat ervan mag worden afgeweken. Er zijn nog maar twee smaken: ‘advies en instemming’ en ‘advies’, geen tussenvarianten meer.

De nieuwe bevoegdgezagregeling beschrijft meer een werkwijze dan dat ze alles in regels vastlegt. Zo zijn allerlei zaken zoals toezendverplichtingen voor bestuursorganen onderling niet meer geregeld. Het idee is dat je als bestuursorganen elkaar sowieso weet te vinden. Bovendien komt met het Digitaal Stelsel Omgevingswet informatie toch al makkelijk en snel beschikbaar.

Zoek elkaar op!

Het niet meer regelen van sommige zaken lijkt misschien spannend, maar alles vastleggen in regeltjes is niet de oplossing. Ik ben van oorsprong verkeerskundige. Daar zag je bij gevaarlijke kruispunten dat al snel allerlei infrastructurele maatregelen werden genomen: verkeerslichten, vluchtheuvels, borden en pijlen. Dat leverde niet het gewenste resultaat. Pas toen we alles weghaalden, gingen mensen weer zelf rekening houden met elkaar. Daar lijkt dit wel een beetje op.

Ik hoop dat overheden elkaar opzoeken! Vind samen uit hoe je elkaar het best kunt informeren en adviseren. Laat de nieuwe regeling loskomen van papier en breng hem in de praktijk tot leven. Dat gaat misschien niet altijd in één keer goed. Leer daarvan en ga samen door.

Terugkijkend zou ik willen zeggen: de stelselherziening van het omgevingsrecht is een enorme operatie. Dat lijkt soms overweldigend, maar veel lijkt ook op wat we kennen. Sommige onderdelen zijn echte pareltjes. Ik vind de bevoegdgezagregeling daar zeker één van. En dan ben ik blij en trots dat ik lange tijd mocht zeggen: Ik ga erover!

Zie ook